Rugzak

De rugzak is een andere naam voor de wet op de leerlinggebonden financiering (lgf-wet). 
Deze wet geeft ouders van een kind met een handicap het recht om die school voor hun kind te kiezen die zij het meest geschikt vinden. Dat kan een reguliere (gewone) school zijn of een school voor speciaal onderwijs. De Rugzakwetgeving is bedoeld voor kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs.
 
Regulier onderwijs
Wanneer ouders kiezen voor een reguliere school en het kind extra voorzieningen nodig heeft, kunnen de ouders een leerling gebonden budget aanvragen. Het kind neemt dit budget als het w aren in een Rugzakje met zich mee. Uit de Rugzak kunnen zaken worden bekostigd als extra formatie, ambulante begeleiding etc.
 
Speciaal onderwijs
Ook ouders die kiezen voor speciaal onderwijs hebben profijt van de nieuwe wetgeving. Er komen onafhankelijke landelijk geldende toelatingscriteria voor het speciaal onderwijs. 
Dat betekent dat elke school dezelfde toelatingscriteria hanteert en da the dus niet meer kan voorkomen, dat uw kind in plaats A wel wordt toegelaten op een bepaald type school 
en in plaat B niet. Speciale indicatiecommissies gaan bekijken welk kind voor welk type onderwijs in aanmerking komt. Verder krijgen ouders meer te zeggen over het onderwijs aan hun kin omdat zij samen met school een handelingsplan voor hun kind gaan opstellen. De leerlinggebonden financiering wordt de Rugzak genoemd, omdat het geld gekoppeld is aan het kind, waarbij de ouders zeggenschap hebben over de besteding van de middelen.
 
Wat is ‘indicatiestelling’?
De Rugzak is bedoeld voor kinderen met een handicap of stoornis die extra voorzieningen nodig hebben om naar een (gewone) school te kunnen gaan. Om er zeker van te zijn dat de Rugzak ook terecht komt bij deze kinderen, is er bij de Rugzak een indicatie gesteld. Dat betekent dat per kind, dat wordt aangemeld voor een Rugzak, bekeken moet worden of hij of zij daadwerkelijk in aanmerking komt voor deze voorziening.
 
Indicatie is dus een soort toegangspoort voor de Rugzak. Indicatie is overigens in ieder geval noodzakelijk om toegelaten te worden tot het speciaal onderwijs. 
Elk kind dat wordt aangemeld voor het speciaal onderwijs moet worden geïndiceerd. De indicatiestelling wordt uitgevoerd door onafhankelijke commissies. Deze Commissies van Indicatiestelling zoals officieel heten, beoordelen aan de hand van onafhankelijke landelijke criteria of uw kind in aanmerking komt voor een Rugzak en in welk cluster uw kind wordt geplaatst. Per Regionaal Expertise Centrum komt er een dergelijke commissie.
 
Hoe gaat de indicatiestelling in zijn werk?
Als u uw kind in aanmerking wilt laten komen voor een Rugzak, dient u uw kind aan te melden bij de indicatiecommissie in uw regio. U vindt deze commissies bij de Regionale Expertisecentra (REC). Er wordt van u verwacht dat u zelf de gegevens aanlevert die nodig zijn voor indicatie, zoals een medisch rapport en, als uw kind al op school zit een onderwijskundig rapport. Ook moet u een onderzoeksprotocol invullen. Hierbij kunt u hulp krijgen van het REC.
 
U ontvangt een bevestiging van de aanmelding. Het kan zijn dat de commissie verzoekt om toestemming om andere bestaande gegevens. De commissie bepaalt tevens welk type schoolsoort het beste geschikt is voor uw kind. U kunt met deze indicatie kiezen voor een plaats in het reguliere basisonderwijs of het speciaal onderwijs. Als u kiest voor plaatsing in het reguliere onderwijs., dan krijgt uw kind een Rugzak, met daarin middelen voor extra begeleiding of voorzieningen.
 
Als een kind geen indicatie krijgt en daarmee dus niet in aanmerking komt voor een Rugzak, dan kunt u twee dingen doen: u neerleggen bij deze beslissing of bezwaar maken tegen de beslissing. Om bezwaar te maken stuurt u binnen zes weken een brief naar de indicatiecommissie. De commissie is verplicht over uw bezwaar advies in te winnen bij het, door het cluster ingestelde adviesorgaan. Als u het niet eens bent met de reactie van de commissie op uw bezwaarschrift, kunt u in beroep gaan.
 
Welke onderwijsclusters worden onderscheiden?
In de nieuwe wet is het speciaal onderwijs verdeeld in vier clusters. Alle kinderen die geïndiceerd worden, krijgen een indicatie voor één cluster. Dit betekent dat uw kind recht op onderwijs heeft in alle scholen voor speciaal onderwijs die tot dat cluster behoren.
 
Cluster 1 Visueel gehandicapten en blinde kinderen
  Dit cluster valt buiten de regeling leerling-gebonden financiering
   
Cluster 2 Slechthorende kinderen (SH)
  Kinderen met ernstige taal-/spraakmoeilijkheden (ESM)
  Auditief gehandicapte en dove kinderen
   
Cluster 3 Meervoudige gehandicapte kinderen (MG)
  Langdurig zieke kinderen (chronische, somatische ziekten)
  Lichamelijk gehandicapte kinderen (LG)
  Verstandelijk gehandicapte kinderen (VG)
   
Cluster 4 Kinderen met gedrags- en of ontwikkelingsstoornissen en psychiatrische problematiek
  Langdurige zieke kinderen (psychiatrische problematiek)